Diverse Posten

Mobiel cultureel erfgoed
December 29th, 2012
Bewaar als PDF

Autoracen
Ik ben opgegroeid in een wereld waar auto's een speciale rol speelden. Zo was mijn vader, Richard Krabbendam, Rik, bevriend met de autojournalist Han Bouvy, liefhebber van Bugatties.
Maar belangrijker was misschien dat zijn zuster, Bep, getrouwd was met autocoureur Lex Beels, die reed in de formule 3, met Cooper Nortons en verwante merken. Het was de lichtste categorie racewagens, maar de verhalen waren er niet minder spannend om. Ik herinner me nog dat hij bij mijn grootvader aan tafel zat en foto's liet zien aan m'n grootvader en m'n ouders. 'Kijk, daar vlieg ik door de lucht' zei hij. Ik speelde door, onder de tafel, dit waren grote mensen dingen, maar ik heb het wel onthouden.

Op bovenstaande foto is het niet Lex, maar zijn ploeggenoot Hutsch Hutchinson, piloot bij de KLM, die door de lucht vliegt. Hij kwam er nog goed vanaf, maar een andere ploeggenoot zou later op een circuit in Italie zijn leven verliezen. Waarop Lex stopte met racen. Toen ik Lex Beels rond het jaar 2000 een keer bezocht, gaf hij me onderstaande foto, waarop hij z'n raceauto prepareert voor een wedstrijd op Zandvoort, in de woonkamer. Rechts zijn vrouw Bep en links de mechanicien, Rob Noorlander.     

Door zijn zwager was mijn vader regelmatig op het circuit te vinden, waar hij fotografeerde. Ik herinner me nog een foto die hij nam van het losgeraakte wiel van een Scarab Grand Prix wagen dat over de baan rolde. En een foto van Lex en Hutch die in hun Coopers een sportwagen inhaalden, elk aan een kant!     

 

Naar Zandvoort
Het duurde wel even voordat ik mee mocht met m'n vader, hij was bang dat er tijdens de race iets zou gebeuren en dat wilde me hij me besparen. Maar op een dag mocht ik dan toch met hem mee. In een auto, met 6 of 7 personen, onder wie Han Bouvy.   
Later ging ik met m'n vriend Ed Baars, en die keer vloog Ben Pon, vlak voor onze neus, uit de bocht. Hij bleef ongedeerd, maar stopte hierna met racen. Op school heb ik daar nog een tekening van gemaakt. Niet lang geleden vond ik een foto van het voorval op internet.

     

Nulde kever
In de zestiger jaren ontstond het besef dat auto's een bedreiging waren, door de verkeersslachtoffers en doordat zij het milieu belastten. Het was de tijd dat ik fietste. Of liftte, dat dan weer wel.
Dat ik auto's niet nodig vond moge blijken uit het volgende. Toen ik afstudeerde aan de TU Delft, wilde mijn oom Jan Jurriaanse me als cadeau een volkswagen geven. Maar ik sloeg zijn aanbod af. Hij is er nog jaren ontstemd over geweest. Daar zat misschien meer achter. Mijn oma behoorde tot de linkse tak van de familie dat was de sfeer waarin ik opgroeide. Daarin paste ook mijn afwijzing van zijn cadeau. Daardoor kon hij dat makkelijk gevoeld hebben als kritiek op zijn manier van leven. Hij had namelijk de zaak van zijn vader overgenomen, Wijnmalen en Hausmann, een bedrijf dat in landbouwmachines handelde. Om te zeggen dat mijn oom de rechtse tak van de familie vertegenwoordigde zou hem echter geen recht doen. Op zijn vijftigste ging hij archeologie studeren en hij verkocht het bedrijf. Met de opbrengst richtte hij de 'Jurriaanse Stichting' op, een stichting die vooral Rotterdamse kunstenaars en onderzoekers ondersteunde en ondersteunt. Een initiatief dat ertoe leidde dat men in het Rotterdamse theater de Doelen een zaal naar hem genoemd heeft: de Jurriaansezaal.    

 

Eerste Kever
Voordat ik deze kocht zou ik eerst nog een tijd in een andere klassieke auto rijden, een 2CV uit de vijftiger jaren, nog met 'verkeerde' deurscharnieren (zelfmoorddeuren) en een oude motorkap (golfplaat). De auto die Han Bouvy nog 'de beste auto van de wereld' had genoemd. Ongeveer tien jaar later kon ik een toen 12 jaar oude kever kopen. En ik viel ervoor. In eerste instantie op de vooroorlogse vormgeving en het multifunctionele concept (Zie: 'Een nieuw concept voor een taxi' hieronder).   
Later viel me op dat de motor, door de plaatsing achterin, bijna niet opviel. In de traditionele opzet van een auto was de motor voorin geplaatst, en benadrukt door de radiator, die het motorcompartiment soms zelfs iets van een tempeltje gaf. Niet zelden bekroond door een acroterion op de vuldop.

    

  Bij de kever was de motor achterin geplaatst. Volgens Ferdinant Porsche waren hier zuiver functionele voordelen aan verbonden: de motor vormde samen met de koppeling en de versnellingsbak een compact geheel en het grootste gewicht rustte op de aangedreven wielen waardoor ze minder snel zouden slippen. Maar doordat de techniek uit het zicht was verdwenen kon de auto gemakkelijk worden geinterpreteerd als gericht op de beleving. Dit wordt bevestigd door de linker poster die hieronder is afgebeeld, waarop een vrouw te zien is die zichtbaar geniet van het rijden in een kever.  
De beleving was ook een belangrijk ontwerpuitgangspunt voor de Autobahnen die werden aangelegd in tijd dat de kever werd ontwikkeld. Deze moesten zo door het landschap worden gedrapeerd dat men het landschap goed kon beleven. Hiervoor werden soms extra (bij de streek passende) bomen aangeplant en gebouwen gesloopt of gecamoufleerd. Een beleving waar de kever een rol in kon spelen, zoals we op de middelste reklameposter kunnen zien.
Op de rechter poster zien we de kever nog afgebeeld in een toeristische omgeving en zo werd een verband gelegd tussen deze auto, de snelwegen, het landschap en de beleving. Wat hierbij opvalt is de naam van de kever: 'kdf wagen'. Een afkorting van 'Kraft durch Freude'. Nog een aanwijzing dat deze auto inderdaad in verband werd gebracht, niet met functionaliteit, maar met de beleving, namelijk van de vreugde waar je energie van krijgt. (Dat 'Kraft' meer betekende bleek later, daar zat een addertje onder het gras, of eigenlijk een monster) Bij de beleving van de vreugde werd men niet gehinderd door technische aspecten. De motor was uit het zicht geplaatst. Daar hoefde men niet naar om te kijken, dat was een technisch 'iets' dat men zo nodig kon vervangen, zoals men een gloeilamp vervangt. 

 



Tweede kever

Door het lezen van keverbladen ontdekte ik ook de Volkswagen Karmann Ghia. De tweede kever, maar dan in een sierlijke uitmonstering. Nog steeds een 'niet technisch' ontwerp, anders dan je zag bij andere sportwagens uit die tijd, die niet alleen waren voorzien van een opvallende radiator of grille en een extra lang motorcompartiment. Je zou kunnen wijzen op de stroomlijnvorm, want stroomlijn is toch functioneel! Maar dat is een aanvechtbaar standpunt. In de vijftiger jaren werd alles gestroomlijnd, dat was een manier om naar de toekomst en de vooruitgang te verwijzen. Dat het meer om het beeld dan om werkelijke stroomlijn gaat kun je afleiden uit het feit dat er nog steeds een 'schaduw' van spatborden in de vorm te herkennen is. Bollingen en een relief die de stroomlijn wel mooi uitbeelden, maar ook verstoren.
De manier waarop de ontwerper, Ghia, dit gedaan heeft is overigens bijzonder: de achterspatborden ontstaan niet, zoals een echt achterspatbord, uit een verticale lijn aan de onderzijde van de carrosserie, maar uit een horizontale lijn, een soort snelheidsstreepje, dat begint op een hogergelegen punt,  ergens boven de dubbele chroomstrip. (Bijzonder, maar of het ook origineel was, dat is de vraag. Het is niet uitgesloten dat Ghia dit heeft afgekeken van het ontwerp van Exner voor de Chrysler D'Elegance uit 1953)        

 

 

Stroomlijn refereerde aan vliegtuigen, aan verre reizen, aan een toekomst waarin iedereen over een eigen vliegtuig, helicopter of misschien zelfs een vliegende schotel zou beschikken.

 

 
 

De stroomlijn had met dromen te maken, met beleven, en was dus verre van functioneel. (Behalve dan voor de autofabriekanten die dankzij deze vormgeving meer auto's konden verkopen)  

 

Derde kever
Bij een manifestatie in het Autotron ontdekte ik de derde kever: een Porsche 356 Speedster. Door een voorschot op de erfenis van mijn moeder kon ik deze kopen. Kun je dit nu een kever noemen?
De bijnaam voor de Porsche 356 is 'platte kever' en dat komt niet uit de lucht vallen: de 356 is namelijk ontwikkeld op basis van zoveel mogelijk keveronderdelen. 

           

Stroomlijn
De stroomlijn van de Porsche 356 is ontworpen door Erwin Komenda, die ook betrokken was bij de vormgeving van de kever. Deze Porsche is zo'n vijf jaar eerder ontworpen dan de Karmann Ghia, maar de stroomlijnvorm doet veel ouder aan. Het lijkt of Komenda heeft gekeken naar de vooroorlogse Stout Scarab, waarvan de carrosserie was ontworpen door (de Nederlander) John Tjaarda.

 

      

De zijkanten van de Porsche 356 zijn glad, net als bij de Stout Scarab, wat radicaler is dan het ontwerp van de Karmann Ghia, waarin altijd nog de schaduwen van traditionele voor- en achterspatborden zijn te herkennen. 
Daarbij hebben beide ontwerpen diepe wielkasten en een wat hoge rug die vloeiend overgaat in de zijkanten. Verder doet de grille van de Porsche, met de smalle evenwijdige lijnen, denken aan die van de Stout Scarab.

Wat de betekenis van de stroomlijnvorm hier is, het lijkt me dat dit in eerste instantie een poging is om de luchtweestand uit functionele overwegingen te verminderen. Porsche had immers ook raceauto's gebouwd, de Auto Union, en daarbij ging het echt om het winnen en niet om de rijbeleving. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de stroomlijn werd gebruikt om naar de toekomst te verwijzen, voor de beleving, zoals in de tijd dat de Karmann Ghia werd ontworpen. Hoewel, er is een aspect dat hier twijfel zaait: door de diepe wielkasten heeft deze auto een onnodig groot frontoppervlak, wat de luchtweerstand verhoogt. Had dit toch iets met 'beleving' te maken, een poging om de auto wat breder en stoerder te maken? (En zo ja, was dit dan een geslaagde poging, een carrosserie die als een te wijde jas over het onderstel hangt?)  

Replica en authenticiteit 
Nu is de Porsche die ik kocht een replica, namaak dus. Nep. Wil je zoiets eigenlijk wel? Voor een antwoord op deze vraag wil ik wat dieper ingaan op het begrip 'authentiek'. Dat kan namelijk verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de vraag of het om het product gaat of om het recept.

Als je het over een authentieke Rembrandt hebt, dan doel je op de oorsprong van het product. Over een schilderij of ets die door Rembrandt zelf is gemaakt. Als je het hebt over een authentieke Bossche bol, dan doel je op het recept.  
In het eerste geval kun je naar de oorsprong van het product verwijzen omdat het voldoende bestand is tegen de tand des tijds, in het tweede geval is dat niet zo. Een authentieke Bossche bol uit 1920, het jaar van ontstaan, zou al lang zijn vergaan. Daarom verwijst authentiek in dit geval naar een ander soort oorsprong, namelijk het recept. Een authentieke Bossche bol is vervaardigd volgens het oorspronkelijke recept.  
Welke van de twee betekenissen is nu van toepassing op auto's? Als je de eerste betekenis neemt, dan ziet een authentieke Porsche er ongeveer zo uit:

  

We weten natuurlijk al lang dat een auto langzaam aan de tand des tijds ten onder gaat, niet zo snel als een Bossche bol, maar wel net zo zeker. Je kunt een old timer niet restaureren zoals je een authentieke Rembrandt restaureert. Dit blijkt ook in de praktijk, bij een old timer is het niet mogelijk het oorspronkelijk vervaardigde product te behouden. Deze vorm van authenticiteit is niet haalbaar.
Als een restaurateur van old timers streeft naar authenticiteit, dan bedoelt hij dat hij old timers terug wil brengen in de oorspronkelijke staat. Hiertoe vervangt hij banden, de uitlaat, de bekleding, raam- en deurrubbers, ruitenwissers en soms glas van achterlichten of koplampen en de bedrading. De motor wordt gereviseerd, er worden stukken gelast in chassisbalken en plaatwerk en soms worden delen geheel opnieuw vervaardigd, zoals deuren, spatborden, de motorkap en de grille. Recreatie zoals dat wordt genoemd. Tenslotte komt er een nieuwe laklaag op. Authentiek betekent in de praktijk dus voor een groot deel 'volgens oud recept', net als bij de Bossche bol. Een gerestaureerde old timer is dus, voor een klein of voor een groot deel, een replica. 
Is daarmee dan niet gezegd dat het oorspronkelijke vervaardigde product ook voor een deel gered is? Zodat ook in die zin van authenticiteit gesproken kan worden? Er is sprake van beide vormen van authenticiteit, maar het is de vraag wat daarvan te zien is, als de auto na de restauratie zo goed als nieuw lijkt, of zelfs nieuwer dan het oorspronkelijke productiemodel toen het van de band rolde... het oorspronkelijke product is niet meer te herkennen, alles lijkt nieuw, zoals bij een echte replica! Als dat het streven is, wat zou er dan nog tegen zijn om de betekenis van authentiek bij oldtimers te verbinden met het recept, en ook een replica authentiek te noemen? Mits goed 'gerecreeerd' natuurlijk.


Zo stel ik me dus tevreden met mijn replica, wetend dat deze (vrijwel geheel) volgens het originele recept is gemaakt. De vering, de ophanging, de besturing, de motor, de koplampen, deurhandles, het is allemaal van de kever, net als bij de oorspronkelijke Porsche. Voorruit, stuur, tellers, linnen kap, zijn niet van de kever, maar wel identiek aan die van de oorspronkelijke Porsche. Ook het gewicht komt overeen net als het aantal PK's, zodat de rijeigenschappen sterk overeenkomen. Alleen een ding klopt niet: mijn carosserie kan niet roesten, die is van polyesther...

Zandvoort revisited
Een aantal jaren bood de Liza (Lions van Zandvoort) de mogelijkheid om voor een goed doel met oldtimers op het circuit rond te rijden. 
Aan het eind van de rondrit werd het circuit dan leger en leger doordat veel van de deelnemende old-timers de pitlane in gingen. Dan kon ik met de Porsche vaart maken op het rechte eind, en met 150 km per uur op de befaamde Tarzanbocht afstormen. Door het besturen van een representant van het mobiele culturele erfgoed, erfde ik een ervaring waar ik vroeger alleen verhalen over hoorde en waar ik later alleen toeschouwer van was.
Dat is te zeggen, er was wel een verschil: ik reed niet om iets te bereiken, om te winnen. De oude verhalen en beelden kwamen tot leven zonder dit functionele aspect, als een pure belevenis. Die meer dan mogelijk werd gemaakt door een voertuig dat in de eerste plaats ontworpen lijkt te zijn om, functioneel, wedstrijden te winnen. Hieronder, in 2010, met Hendrik Kwindt aan het stuur.  

    




 

Reacties:
Tesa Classic Cars
#1
December 3rd, 2015 1:59 pm
intersnat arrtikle !
Laat een reactie achter
* Naam
* Email (niet openbaar)
*
* Typ code over van afbeelding
* - Verplichte velden
 

Dit is een Herman Boots uit 2012