Beschouwelijkheden

Hoe abstracties en goden tot ‘niets’ leiden
April 10th, 2018
Bewaar als PDF


Niet tegen abstracties kunnen is misschien wel een probleem dat zich al veel eerder heeft gemanifesteerd in het menselijke denken! Een interessante hypothese: het bestaan van goden kan begrepen worden als het onvermogen om abstracties te begrijpen… waardoor we blijven we steken in ons denken over ons bestaan, zingeving en ethiek.
 
Abstractie als toegevoegd verhaal
Yuval Noah Harari beschrijft in het eerste hoofdstuk van ‘Homo Sapiens’, het  menselijk vermogen om abstracties te maken als een vermogen om een verbindend verhaal te bedenken. Zo zou ‘Peugeot’ als automerk niet bestaan, dat is slechts een construct, een verhaal. Wat wel bestaat zijn allemaal losse fabrieks- en kantoorgebouwen, en natuurlijk auto’s met het logo ‘Peugeot’ erop.
Zo zou ook God een toegevoegd verhaal zijn, en als we er allemaal in geloven, dan kunnen we er mee werken. Leve de mens.
Verder een goed boek, maar het eerste hoofdstuk bracht me tot de conclusie dat Harari niet tegen abstracties kan. Hij maakt er een losse toevoeging van, om eveneens ‘losse elementen’ uit onze wereld met elkaar te verbinden.
 
Abstracties als gedeeld verhaal
Hoe kunnen we abstracties dan wel begrijpen, als het geen toegevoegde realiteiten zijn? Ik zou zeggen: je ziet de abstractie mee in het individuele object. Als ik naar een stoel kijk, dan zie ik tegelijkertijd dat er eigenschappen zijn van deze individuele stoel die passen in het algemene idee van een stoel. Dat zie ik erin mee. Dat is geen toegevoegd verhaal, dat ik iemand wijs kan maken, waar je in kunt geloven, het zijn algemene kenmerken die je door de individuele heen ziet. Een belangrijk gegeven, want daardoor kun je, zonder erbij stil te staan, gewoon op een stoel gaan zitten, ook al heb je die nog nooit gezien.     
 
          
       
 
Een abstractie is niet altijd een situatie, het kan ook een werking zijn, een mechanisme. Als ik een oude stoomlocomotief zie, eentje die ik nooit eerder heb gezien, dan begrijp ik meteen dat het gaat om een ‘stoomlocomotief’. Zonder stil te staan bij de ketel, het vuur, zuigers, wielen en rails… Dat zou trouwens niet lukken, want wat hoe zou ik een 'ketel' of 'vuur' herkennen zonder een abstract begrip ervan! 


 
 
Personificatie
Je ziet de abstracties die objecten of gebeurtenissen delen, zonder er bij stil te staan. Maar dat maakt het ook moeilijk ze ter sprake te brengen. Misschien is dit de oorsprong van de personificatie. 
In ons leven kunnen we op verschillende mensen verliefd zijn, we zien ook bij anderen dat ze verliefd zijn. Het gaat steeds om andere combinaties van mensen, maar zij voelen zich allemaal, met vlinders in de buik, tot elkaar aangetrokken.  
Wat zij gemeen hebben kunnen we, ook weer zonder erbij stil te staan, begrijpen als verliefdheid. Een abstractie van hun individuele gevallen. Maar voor wie dat lastig vindt, kan deze abstractie ook ‘Eros’ genoemd worden, zoals de oude Grieken deden. Een personificatie van de abstractie.

                        
 
                       Eros
 
Bijkomend voordeel: met een personificatie kun je abstracties ter sprake brengen als een soort ‘persoon’. Wat dan weer de mogelijkheid opent om je tot deze ‘persoon’ te richten met vragen of smeekbeden. ‘Wil je alsjeblieft zorgen dat ze weer van me houdt’. Je kunt er een kip bij offeren om te laten zien dat je het meent… want het is nog maar de vraag of die onzichtbare ‘persoon’ je eigenlijk wel begrijpt.   
Je hebt nu dus een ‘drager’ van de abstractie, net zo concreet als de feiten die hij verbindt, plus dat je ermee in contact kunt komen, door gebed of offers. Het enige is dat je de onzichtbaarheid voor lief moet nemen. Hij of zij is niet op aarde, dat doet wel afbreuk aan de concreetheid waar je eigenlijk naar op zoek bent, maar ja, beter wordt het niet.
En voor wie het aankan is dit een herinnering aan het feit dat het gaat om een personificatie en niet om een persoon…  
Nu zijn we gewend aan abstracties en hebben we geen goden meer nodig om stoelen te verbinden of locomotieven. Behalve misschien Harari. 
Dat was vroeger wel anders: Veel volkeren hadden hun eigen goden, allemaal met een eigen terrein. Zo hadden de Grieken er een hele reeks, een grote familie, wat ook weer lekker concreet overkomt. Met bijvoorbeeld, Dionysos, de god van de vruchtbaarheid, de wijn en de extase, of Poseidon, de god van de zee, die alle verschijnselen die met de zee te maken hebben verbindt, en bovendien aardschokken kan veroorzaken. Of Demeter, de godin van de landbouw en van leven en dood… 
                        
                        

                       Poseidon
 
Terzijde: Plato
Net als locomotieven en stoelen hebben paarden iets waardoor je ze als soort herkent. Voor Plato was dit de ideale vorm die op aarde niet haalbaar was. Hij had voor de abstractie geen personificatie in petto, maar een ideaaltype. Dat was al een stap vooruit. Als erfenis van de goden: de abstracties waren eeuwig en verbleven in de soort hemel, niet op aarde.
Maar het rammelt nog wel wat: een ideale cirkel kun je je voorstellen, als abstractie van de aardste, door aardse rommeligheid aangetaste cirkel.

               
     Plato                                                              Heldere abstracties  
 
Maar wat is een ideale stoel of in later tijden een ideale stoomlocomotief? Bij stereometrische figuren zijn abstracties misschien zo te definiëren. Maar wat is een ideale stoel of ideale stoomlocomotief? Hier zijn abstracte, gedeelde kwaliteiten juist niet zo helder te omschrijven. Maar misschien bedoelde Plato niet de ‘ideale’ verschijningsvorm, maar de verschijningsvorm ‘naar het idee genomen’. Het was intussen ook een poging om van de verwarrende personificaties te overwinnen, personificaties die de wereld naar hun hand lijken te zetten en die ten onrechte de verwachting wekken dat zij te beïnvloeden zijn met vragen, wensen of offers.
 
Eén God voor alles
Tot nu toe hadden we het over abstracties van concrete zaken. Stoelen, locomotieven, verliefdheid, extase, stormen op zee en aardbevingen, de oogst, zaken waar je mee omgaat, in de sfeer van ‘wat je doet’ in het dagelijks leven.
aar nu komt er één god voor ‘alles’. Het hoeft ons niet te verwonderen dat deze abstractie al gauw wordt geïnterpreteerd als de vorigen: als behorend bij ‘wat we doen’, als behorend bij concrete zaken. En zo gaat men ook deze god bestoken met vragen en wensen… als een ‘persoon’ waar je mee in contact kan treden met vragen of wensen.
Maar: als één god alle abstracties vertegenwoordigd, wat is z’n betekenis dan nog? Hoe kan ik een oogst nog van een aardbeving onderscheiden… Mogelijk kunnen we concluderen dat de verschillende abstracties zijn ingeburgerd en niet langer gepersonifieerd hoeven te worden. Maar de onvrede blijft en daarmee de behoefte om deze god met vragen en wensen te bestoken. Totdat ook dit verdwijnt doordat de wetenschappen steeds meer causaliteit onthullen in de ons omringende wereld. Zoals Donar verdwenen is toen we de bliksem konden begrijpen als een verschijnsel van fysische causale wetten.   
 
                                 
                                Donar, door Friedrich Koch ca 1905
 
Dat we dat doen
Toch is het idee van ‘een god voor alles’ niet verdwenen. Laten we even doorzoeken: welke abstract begrip komt nu bij ‘alles’ om de hoek kijken? Dit is het feit dat de dingen voor ons bestaan, dat we ons bewust zijn van de wereld! Die éne god is dus niet een vervanging van al die andere, hij bevindt zich op een ander niveau: niet op het niveau van ‘wat we doen’ in alle verschillende zijnsregionen, maar op het niveau van ‘dat we dat doen’. Als we vanaf dat niveau kijken naar ‘wat we doen’ dan zien we dat we ons bij ‘wat we doen’ bewust zijn van onze verschillende situaties. De abstractie die dat alles verbindt is ons bewustzijn van de wereld en van onszelf… 
 
Niets! Ha!
Wat is dit voor een abstractie, hoe kunnen we deze ter sprake brengen? We zouden ons hier kunnen laten verleiden tot het standpunt dat we, nu we de bliksem op de goden veroverd hebben, ook het feit kunnen verklaren dat de wereld voor ons bestaat, ons bewustzijn. Zo niet nu, dan toch wel later, als de wetenschap zich verder ontwikkeld heeft. Maar deze gedachte is helaas onwetenschappelijk en logisch niet houdbaar… Want stel dat we het bewustzijn zouden willen verklaren uit stroompjes en chemische omzettingen, dat wil zeggen, uit dingen waar we ons van bewust zijn, dan zouden we bij deze verklaring gebruik maken van het bewustzijn dat we proberen te verklaren! Een tautologie! Onwetenschappelijk en onlogisch. Dus moeten we tot de conclusie komen dat het bewustzijn niet te verklaren is, uit ‘niets’ te verklaren is. Wat ons bewust maakt is dus ‘niets’! Ha!
In het Verre Oosten is dat al eeuwen geen nieuws, in het Westen is dat in de 20ste eeuw geïntroduceerd door Heidegger en Sartre, en het is nog steeds wennen!
 
Schepping
En net zoals de abstractie die je, bij ‘locomotieven’ of ‘stoelen’ of wat je maar wilt, mee ziet in de individuele objecten, zo zien we deze abstractie mee als we kijken naar wat we als mensen allemaal doen. Nu kunnen we ook deze abstractie, van hoe we ons allemaal bewust zijn van de wereld, laten vertegenwoordigen door een personificatie, net als bij de Griekse goden, om deze bespreekbaar te maken, en er vat op krijgen, en dat is ook gebeurd: we hebben een god ingevoerd en wat hierbij opvalt is dat deze geen naam heeft. Hij heet niet Zeus of Alexander of Josias. Maar een naam is ook niet nodig, deze god gaat in één keer over ‘alles’. Hij is de god, met hoofdletter, dus God.  

                                                      
                                 
                                  De God, door Cima de Conegliano ca 1510
 
Dat er maar één God bestaat is al een aanwijzing dat het niet om de ene of de andere abstractie gaat, zoals verliefdheid of stoelen of locomotieven of de oogst maar om die ene abstractie die over ‘alles’ gaat, die aan de basis van ‘alles’ staat. Daarom begint de bijbel ook met het scheppingsverhaal, waarin we God kunnen zien als de personificatie van het ‘niets’ waardoor de wereld ontstaat, in de zin van dat we ons er bewust van kunnen worden.
Maar ook deze personificatie is aanleiding geweest voor een misverstand. Als je deze personificatie, net als bij de Griekse of andere goden, letterlijk neemt dan krijg je een onzichtbare ‘persoon’ die alles gemaakt heeft (Vraag niet hoe!) en met wie je in contact kunt komen om dingen te vragen.   
 
Zingeving en ethiek
Met God als personificatie van het ‘niets’ bevinden we ons dus niet op het niveau van ‘wat we doen’ maar op het niveau van ‘dat we dat doen’. Dit blijkt uit de Bijbel (=boek,  ook weer zonder naam of titel, maar wel weer met hoofdletter, dus eigenlijk het boek) waarin onderwerpen aan de orde wordt gesteld die kenmerkend zijn voor het niveau van ‘dat we dat doen’, onderwerpen die te maken hebben met het besef dat we ‘niets’ zijn, of ‘vrij’, zoals creativiteit, zelfverwerkelijking, zingeving en ethiek.  
Maar in de Bijbel worden deze onderwerpen aangetast door de autoriteit van de personificatie. Zo wordt de gelovige opgedragen ‘God te dienen’, wat betekent dat je God lief moet hebben, dat je je talenten moet ontwikkelen, en dat je de ander lief moet hebben.
Als je deze opdracht naar behoren uitvoert mag je na je dood, als beloning, bij God aan het hof komen wonen. In sommige religieuze kringen wordt hier nog een dreigement aan toegevoegd: als je ongehoorzaam bent dan zal je helaas eeuwig moeten branden in de hel.

     
  De hemel, Antonio Verrio 1686-1697 (Burghley House)
 
Zo wordt een perspectief dat gaat over een zinvol leven, waarin je laat gelden wat je bent, en wat anderen zijn, omgetoverd tot een ‘wees spontaan paradox’ waarbij je leven wordt bepaald door ontzag voor de heerser, het streven naar de beloning en in het slechtste geval ook angst voor de straf.    
      
                
               Pas maar op!
 
Als de betekenis van het moeilijk te vatten ‘niets’ meer zou heersen in de wereld, zou deze er een stuk op vooruit gaan. Maar wat blijft hier van over als we bij ‘heersen’ denken aan een heerser die we moeten gehoorzamen. Kan een misverstand groter zijn?!
God dood verklaren kan ons hiervan bevrijden, maar het is misschien toch te theatraal en te resentful, Als we nu eens begrepen waar het bij deze personificatie om ging… dan konden we deze met een gerust hart achter ons laten. En openstaan voor onszelf en elkaar en voor het geheimzinnige gegeven dat we ons van de wereld om ons heen bewust zijn…  
 


                                                     Hoe wonderlijk bovennatuurlijk en miraculeus is het toch:
                                                     ik draag water en ik haal brandhout



Flip Krabbendam april 2018
Geen reacties
Laat een reactie achter
* Naam
* Email (niet openbaar)
*
* Typ code over van afbeelding
* - Verplichte velden
 

Dit is een Herman Boots uit 2012