Beschouwelijkheden

Religie, wetenschap en filosofie
December 8th, 2012
Bewaar als PDF
Geloof, ongeloof, filosoof

Wat komt er na de confrontatie tussen religie en wetenschap

 

Dat voel ik
Gelovigen hebben wel eens de neiging te doen alsof er nog nooit over religie is gediscussieeerd. Net als wanneer je tegen de bakker zegt dat z'n koekjes oudbakken waren, dat-ie dan antwoordt: 'Wat gek, daar hebben we nooit klachten over gehad'.   
Misschien willen zij ook geen discussie. Er is sprake van een bepaald soort weten, dat zich niet voor discussie lijkt te lenen. Als je naar de basis van dat weten vraagt dan is het antwoord 'Dat voel ik'.         
Maar kennis, gebaseerd op 'Dat voel ik' .... zou je een gelovige ervan kunnen overtuigen dat een bungy jump veilig is omdat de zwaarte en de lengte van de elastieken op het gevoel zijn bepaald? 
 
Hypothese nodig?
Wat een gelovige voelt zou je kunnen formuleren als een hypothese. Deze luidt dan: ‘Het universum is geschapen door een intelligentie die we traditioneel 'God' noemen’. Is dit nu een hypothese is waar we vertrouwen in kunnen hebben? 
De eerste vraag die we hier kunnen stellen is: hebben we zo'n hypothese wel nodig? Zou het universum er anders niet zijn? Zou er anders niets zijn? En hoe zou dat er dan uitzien, is dat wel denkbaar of bestaanbaar, geen universum? Als we het aannemelijk vinden dat 'geen universum' ondenkbaar is, dan hebben we de hypothese niet nodig. 
Maar als we aannemen dat er inderdaad niets was, ook geen leeg heelal, en we zien ons nu geconfronteerd met een heel universum, compleet met sterren, supernova’s, rode dwergen, witte dwergen, zwarte gaten,  zwarte materie en planeten waarvan er minstens één bewoond is door levende wezens, dan moet iets gebeurd zijn! Dan kunnen we een beroep doen op de hypothese: er is een God, of een ‘Intelligente Designer’ die op een welgekozen moment het universum heeft geschapen.

En aannemelijk?
Dankzij deze hypothese hebben we een verklaring voor het feit dat er eerst niets was en nu een heel heelal. Is dit nu aannemelijker dan de gedachte dat het heelal er altijd al geweest is?
Als we dit laatste aannemelijk vinden, dan hebben we geen probleem. Als we het aannemelijk vinden dat het heelal op een bepaald moment ontstaan is, dan hebben we de hypothese nodig, maar is ons probleem dan opgelost? 
Misschien niet: immers, de hypothese die verklaart waarom het heelal bestaat is in strijd is met de aanname die deze verklaring nodig maakte, namelijk de aanname dat er helemaal niets was! Want deze Intelligente Actor moet er dan toch al geweest zijn. Dat kun je niet afdoen als een detail. Je kunt niet zeggen 'Nou ja vooruit, er was wel iets, maar dat had eigenlijk niets te betekenen'. De eigenschappen van deze Actor zijn immers niet mis te verstaan: voor het scheppen van het ongelofelijk gecompliceerde universum zoals we dat kennen, was niet alleen een onschatbaar diep denkvermogen nodig, het was ook een immens werk. Onvoorstelbaar gecompliceerd, onvoorstelbaar gedetailleerd en tevens onvoorstelbaar groot. We moeten wel aannemen dat dit intelligente en onvermoeibare Wezen al bestond voordat er verder nog maar iets was. Maar hoe kan dat? Dit vraagt om een nieuwe hypothese die het bestaan van dit superieure Wezen verklaart...  Als je op deze manier naar een oorzaak zoekt, dan heb je het over een nieuwe hypothese nodig,  die weer om een nieuwe hypothese vraagt, en zo verder, Zo wordt de oplossing van het probleem tot in het oneindige weg geschoven. Misschien is dan de aanname dat het heelal er altijd al was toch minder problematisch en aannemelijker...      
 
En toetsbaar?
Laten we de complicaties die de hypothese met zich meebrengt even terzijde schuiven en proberen deze te toetsen. Maar hoe? Als iemand beweert dat het buiten regent dan is dat een uitspraak die je kunt verifieren door eens naar buiten te kijken. En als het dan inderdaad regent kun je zeggen: u heeft gelijk, ik kan uw uitspraak bevestigen. Maar zo gemakkelijk is het niet altijd. De hypothese dat er atomen bestaan kun je niet zomaar bevestigen. Atomen zijn nu eenmaal niet direct waar te nemen. Toch kun je er veel over zeggen, namelijk door de eigenschappen ervan af te leiden uit andere verschijnselen. Omdat we bij het toetsen van de hypothese over het bestaan van een Intelligent Wezen evenmin kunnen beschikken over directe waarnemingen, zullen we ook hier moeten werken met indirecte waarnemingen.      
Gelovigen gaan hier soms heel ver in. Uit het bestaan van het universum leiden zij niet alleen af dat God bestaat, uit hun waarnemingen leiden zij ook af wat Hij met ons voor heeft. Zo kon paus Benedictus XIV ons op 21 april 2007 vertellen dat God het voorgeborchte voor onbepaalde tijd gesloten had. Kinderen die door een vroegtijdige dood (bijvoorbeeld bij de geboorte) nog niet waren gedoopt, konden nu toch tot de hemel worden toegelaten. 
In de loop van de geschiedenis is wel gebleken dat onze waarnemingen vele interpretaties mogelijk maken. Net als bij een Rohrschach test, die laat zien dat iedereen iets anders kan zien in een willekeurige inktvlek. Waar het hart van vol is, dat wordt in de inktvlek gelegd. Je wist het al, je voelde het al. 
Misschien kun je zelfs zeggen dat de interpretaties van gelovigen op complot-theorien lijken. Waarbij zij vermoeden dat achter de schermen bepaalde krachten aan het werk zijn die ernaar streven om... vul maar in, er hebben in de loop van de geschiedenis al vele goden in vele complotten gezeten. Soms hadden ze het goed met ons voor, maar vaak ook moest je voor ze oppassen. Tot de gelovigen ze afdankten of moesten afdanken onder druk van andere, overtuigende of gewelddadige, gelovigen die andere goden en een ander complot meenden te bespeuren.
De hypothese leidt tot een oneindige herhaling die het antwoord op de vraag hoe alles kon ontstaan tot in het oneindige weg schuift en pogingen om deze te toetsen blijven speculatief en leiden tot tegenstrijdige conclusies. Dat laat de geschiedenis toch duidelijk zien. Hoe is het dan mogelijk dat gelovigen hier zo druk, en soms fanatiek, mee in de weer zijn geweest, eeuwen lang?
 

 
Ethiek
Misschien nemen we het hele verhaal te serieus. Het gaat niet om een serieuze hypothese, en ook niet om een serieuze poging deze te toetsen. Het gaat bij religies om ethiek en zingeving.  
Op het punt van de ethiek is het een poging om stelen, moorden, verkrachten en ander verwerpelijk menselijk gedrag te kunnen veroordelen met Gezag. Maar daardoor kunnen gelovigen doodsbang zijn voor mensen die niet geloven. Die zijn immers van God los, daar kun je alles van verwachten. (Behalve misschien kruistochten, heksenverbrandigen, de inquisitie, godsdienstoorlogen, donderpreken of een glimlachende pater aan de deur, homohaat, bomaanslagen en landjepik, al die dingen die je in de bijsluiter, dwz in de kronieken van de geschiedenis en in de krant kunt lezen).
De ethiek van het geloof krijgt alleen een kans als mensen ervoor kiezen om deze toe te passen. Het zijn de gelovigen die de richtlijnen van hogerhand van toepassing moeten verklaren. Dat verklaart de bijwerkingen die in de bijsluiter vermeld staan, maar dat maakt niet dat gelovigen zich daar per definitie schuldig aan maken. Toch is hier een moeilijkheid te maken: is een beroep op het Gezag niet erger dan de kwaal, de mogelijkheid van wangedrag. Want mensen die zich richten naar dit Gezag, verwarren misschien verantwoordelijkheid met gehoorzaamheid. Wat voor ethisch bewustzijn kun je daarvan verwachten?
 
Zingeving
Dan is er nog de zingeving. Religie voorziet mensen niet alleen van een ethische geschoolde en respectabele Vaderfiguur, maar ook van een zin in het leven. Stel dat iemand die niet weet wat hij met z'n leven aanmoet, bij je aanklopt. Hij ziet het niet meer zitten en vraagt je 'Wat moet ik doen'. Eerste reaktie: 'Je moet helemaal niks'. Maar dat helpt niet. Goed, je geeft de persoon een zetje. 'Waarom ga je geen vrijwilligerswerk doen, er zijn heel wat mensen die wel wat hulp kunnen gebruiken'. Ook dit valt verkeerd, want iemand die 'het' niet ziet zitten, is hier ook niet voor in. 'Waarom zou ik, en trouwens, wat heb ik een ander te bieden?' Iets van deze strekking.
Nu valt zo'n kwetsbare persoon in de handen van een religieuze groepering. Bij het volgende bezoek hoor je dat hij weer een doel in het leven heeft. De zin van het leven is de Schepper lief te hebben en tevens al zijn schepselen. Deze persoon heeft zich nu via de religie in het charitatieve werk gestort. Opeens is het bijstaan van andere mensen wél de moeite waard. En de tegenwerping 'Waarom zou ik, het heeft toch immers allemaal geen zin' is irrelevant geworden. Want nu heeft Hij het gezegd. Ik vrees dat het Gezag hier weer doorslaggevend is. Met de almachtige Schepper ga je toch niet in discussie! Als de Intelligentie die achter de plannen van het universum zit het zegt, dan is het toch goed!
 
Een onaannemelijke aanname, een onhoudbare hypothese, een Rorschach-bewijs, gehoorzaamheid in plaats van verantwoordelijkheid, zingeving door Gezag. Hoe kan zoiets zo lang voortduren? Het bestaat al zo lang, dan moet er toch iets goeds in zitten? Hoewel, oorlog, martelingen, moord, verkrachting, oplichting en verraad bestaan ook al heel lang, zit daar ook iets goeds in?
Nou vooruit, deze retorische vraag neemt de echte vraag niet weg: hoe kunnen mensen hier zo aan vasthouden? Waar zijn zij naar op zoek?
 
 
Ontoereikende wetenschap
De wetenschappelijke benadering, die na de middeleeuwen de overhand kreeg op het geloof, laat iets heel belangrijks buiten beschouwing. De wetenschap zoals we die kennen, is terug te voeren op Descartes, een filosoof uit de zeventiende eeuw die het begrip ‘waarheid’ koppelde aan 'substantie en uitgebreidheid'. Anders gezegd: de wereld die we dagelijks ervaren is alleen ‘waar’ voorzover deze is uit te drukken in catagorieën van kwantiteit. Kilogrammen, meters en sekonden, dat soort eenheden. En als je gebeurtenissen kunt kwantificeren, kun je ze in wiskundige modellen vangen. Door deze denkwijze heeft de wetenschap zich op ongekende wijze kunnen ontwikkelen, maar in dit wereldbeeld is niets over ethiek of zingeving te vinden. De wetenschapo is op dit gebied ontoereikend en dat is geen probleem, zolang je maar niet denkt dat de wetenschappen 'alles' ter sprake kunnen brengen en over 'alles' een oordeel kunnen vellen. 
Naast ethiek en zingeving is er nog een belangrijk aspect van het leven waar de wetenschap niets over kan zeggen. In eerste instantie lijkt dit aspect misschien onbelangrijk, maar het speelt het een cruciale rol: ik doel hier op hoe wij de wereld door ons bewustzijn ervaren. Hier ligt de sleutel tot een nieuwe benadering van ethiek en zingeving.   

Bewustzijn en de filosofie van de vrijheid
Kan de wetenschap werkelijk niets zeggen over de ervaring? Op een bepaalde manier wel. Als je een kleur of een geur ervaart, kan de wetenschap tegenwoordig heel nauwkeurig aangeven wat er allemaal voor stroompjes en chemische omzettingen aan te pas komen in onze zenuwbanen en synapsen. Maar, en nu komt het, daarmee is het bewustzijn niet echt begrepen! Het idee dat dat het bewustzijn te begrijpen zou zijn als een gecompliceerde samenwerking van stroompjes en chemische omzettingen zou zelfs heel onwetenschappelijk zijn. Want daarmee wordt het bewustzijn herleid tot zaken die dankzij ons bewustzijn bestaan: stroompjes en chemische omzettingen. Dit komt neer op een cirkelredenering, een tautologie. Als het gaat om begrip van het bewustzijn dan staat de wetenschap met lege handen…  
In wetenschappelijke verhandelingen wordt hier altijd een beetje overheen gepraat. Aan het eind van een relaas over stroompjes en chemische omzettingen wordt dan iets gezegd in de trant van: 'En dat ervaren we als groen, of als de geur van kaneel'. Maar hoe kun je van stroompjes zomaar overstappen op een kleur of een geur? Daar wordt verder nooit op ingegaan. Het bewustzijn blijft voor de wetenschap  onbegrijpelijk. Een constatering die ons van de wetenschap naar de filosofie brengt. 
Dat we ons van de wereld bewust zijn, of laten we het ruim nemen, van het hele universum, overkomt ons. Het is uit niets te verklaren. Uit 'niets'. Er is hier geen sprake van een substantie die we kunnen kwantificeren en daarom is het te begrijpen dat het het in de wetenschap niet voorkomt, maar dit 'niets' is essentieel voor het bestaan van alles wat we ervaren, van alles dat er voor ons is, inclusief de wetenschap! In de existentiefilosofie van de twintigste eeuw speelt dit begrip dan ook de hoofdrol.  

En de toetsing?
Hebben we nu met dit 'niets' niet toch een ontoetsbaar begrip ingevoerd, vergelijkbaar met het godsbegrip? Hebben we hier niet hetzelfde probleem?  
Als je wil zien of je het 'niets' kunt bevestigen, ga dan bij jezelf te rade. Kijk eens naar je arm of je been. Je zegt daarover, dat is 'mijn' arm of 'mijn' been. Je ziet dus het object, maar niet de eigenaar. Hetzelfde geldt voor je maag, je hoofd, je hersenen; waar je je aandacht ook op richt, je kunt de eigenaar niet waarnemen. Je kunt de eigenaar, de ervarende instantie, het 'niets', dus niet verifieren zoals je de uitspraak dat 'het regent' kunt verifieren. Maar intussen weet je wel dat je als eigenaar onmiskenbaar aanwezig bent, hoe zou je anders van 'mijn' armen, benen of andere lichaamsdelen kunnen spreken. Je kunt jezelf dus niet direct waarnemen, als 'iets', als een object, maar je bent onmiskenbaar aanwezig, namelijk als noodzakelijke voorwaarde voor de waarneming. Je bent er wel, maar je kunt jezelf niet zien. Maar wat zouden we ook meer kunnen verwachten als we op zoek zijn naar 'niets'.                 

Ethiek en zingeving in een nieuw licht
Je kunt nu zeggen dat we de wereld (van onszelf) onderscheiden voor zover we niet met de wereld samenvallen, voorzover we de wereld 'niet' zijn. Om dit tot uitdrukking te brengen wordt in de existentiefilosofie ook de term 'vrijheid' gebruikt. De mens valt als 'vrijheid' niet samen met de wereld. Voor alle duidelijkheid, bij dit begrip ‘vrijheid’ gaat het niet om een soort vakantie, maar om het feit dat we niet samenvallen met de wereld om ons heen, dat we niet opgaan in een systeem dat wordt geregeerd door vaste natuurwetten. Dit heeft niet alleen een beschouwelijke, maar ook een praktische betekenis: het feit dat we niet samenvallen met de wereld, houdt in dat we iets in de wereld kunnen uitrichten. We ervaren feitelijkheden, maar we zien daarin ook mogelijkheden, en omdat we vrij zijn kunnen we kiezen welke we willen verwezenlijken. 
Het besef dat wij, áls vrijheid en ín vrijheid, kunnen bepalen wat we doen, kan als basis dienen voor een ethiek. Want het gaat niet alleen om de eigen vrijheid, maar om vrijheid in algemene zin, dus ook om de vrijheid van anderen. Hoe kun je daar goed mee omgaan? 
Het besef van vrijheid raakt ook aan zingeving. Want wat is je keuze, wat heeft volgens jou zin om te doen? Waarmee wil je je engageren, in de wonderlijke situatie waar je je in bevindt?
Door het begrip ‘vrijheid’ kunnen ethiek en zingeving dus in een nieuw licht worden gesteld. Het gaat nu eerder om het maken van keuzen en om engagement, dan om Gezag en Gehoorzaamheid.
 
De actualiteit
Een onverklaarbaar bewustzijn dat uit 'niets' ontstaat, een ethiek om ieders 'vrijheid' te beschermen en de mogelijkheid om, handelend, zin en betekenis aan je leven te geven. In de filosofie kan het dus ook gaan over een soort schepping uit het niets, en ook over ethiek en zingeving…
Maar er is een duidelijk verschil: in religies is de verontrustende, maar misschien ook inspirerende onverklaarbaarheid van de bewuste ervaring gewoonlijk omgevormd tot een kwasi begrijpelijke schepping, waarin er 'gewoon' een Schepper aan het werk is geweest, iets dat bij doorvragen geen stand houdt. Daarbij wordt je de mogelijkheid om een 'eigen' ethiek en zingeving te ontwikkelen ontnomen en vervangen door gehoorzaamheid aan voorschriften.              
Er zijn gelovigen die dat graag doen, in de veronderstelling dat deze voorschriften eeuwigheidswaarde bezitten omdat zij deel uitmaken van teksten die al eeuwen meegaan. Vaak zullen ze hierbij opmerken dat deze voorschriften, hoewel oud, nog steeds verrassend actueel zijn. Hiermee benadrukken zij de eeuwigheidswaarde, maar dat niet alleen. Tegelijkertijd geven zij aan, en misschien is dat ongewild, dat zij de actualiteit van belang vinden. Maar als dat zo is, waarom besteden zij dan niet meer aandacht aan meer actuele teksten? Aan beschouwingen over de betekenis van het 'niets'. Die een nieuw licht werpen op hun oude stellingen. Wie weet wat voor moois daar uit voort kan komen. Stel dat zij hun traditionele opvatting over hun God in dit licht beschouwden. Als zij bijvoorbeeld het geheimzinnige, ongrijpbare 'niets' dat alles bewust maakt, dat alles 'schept', en dat de basis is voor ethiek en zingeving, als zij dat nu eens identificeerden met hun onhoudbare godsbegrip... Dan konden zij op een een klacht over oudbakken koekjes reageren met een: 'Dan treft u het, we hebben zojuist verse koekjes gebakken'.
 


posted on Saturday, January 06, 2007 9:37 PM
Geen reacties
Laat een reactie achter
* Naam
* Email (niet openbaar)
*
* Typ code over van afbeelding
* - Verplichte velden
 

Dit is een Herman Boots uit 2012