Beschouwelijkheden

Hier maar niet van hier
Oktober 22nd, 2019
Bewaar als PDF
Dat mensen het recht hebben om zich in vrijheid te kunnen ontplooien, dat is een weinig omstreden standpunt. Maar of dat ook geldt voor leden van andere culturen, die ‘niet van hier’ zijn, dat is niet voor iedereen een uitgemaakte zaak…
 
 
Instemmingen in de woongroep
Als er woonruimte vrij is gekomen in een woongroep wordt deze niet zonder meer aangeboden aan degene die bovenaan de wachtlijst staat, een procedure die wel door woningbouwverenigingen wordt toegepast, en die gebaseerd is op het idee dat niemand mag worden voorgetrokken en dat iedereen gelijke kansen moet hebben.
In een woongroep wordt er een instemming geregeld, waarin gekeken wordt of de aspirant bewoner ook past in de woongroep. ‘Passen’ is een vaag criterium, en het is in strijd met het idee van gelijke kansen, maar het is niettemin essentieel. ‘Oh, ballotage’ wordt er wel eens smalend opgemerkt, en niet zelden zijn dat personen die samenwonen met hun partner. Die hebben zij ook met zorg geselecteerd (althans dat is het idee) uit een aantal mogelijke partners. Een proces dat jaren in beslag kan nemen waarin gekeken wordt of beiden wel goed genoeg bij elkaar ‘passen’.
 
         
          Instemming
 
De buren zijn fout
Op hogere schaalniveaus kunnen vergelijkbare processen spelen. Bijvoorbeeld in de straat. Ook daar zou je medebewoners op ‘passendheid’ kunnen selecteren, wat in sommige flats ook gebeurt. Al luistert het hier niet zo nauw. Bij twee mensen die samen gaan wonen is het van levensbelang, in een groep kun je er al wat makkelijker mee omgaan en op hogere niveaus kun je steeds wat zorgelozer zijn. Zo kan het zijn dat je met plezier omgaat met straatgenoten, terwijl je ze nooit hebt ingestemd op basis van een veronderstelde passendheid. Maar soms ontstaat er toch een probleem! Bijvoorbeeld bij buren uit hele andere culturen, buren ‘die niet van hier’ zijn. Op dat moment kun je wel eens te snel denken dat ze fout zijn. 
 
De buren deugen juist
Nu weet ik ook wel dat het ‘niet passen’ van mijn buren ze niet ‘fout’ maakt in de zin van dat zij er een bedenkelijke ethiek op na houden. Dus houd ik mezelf voor, mijn vreemde buren, of beter: mijn buren uit den vreemde, deugen net zo goed als de anderen in de straat. We hebben ze alleen niet op passendheid kunnen kiezen, en dat kan wel eens moeilijk zijn. Vooral als ze met zoveel zijn dat ze de sfeer in de straat bepalen, als partycrashers die het feestje van de gastheer overnemen, waarbij zij ook nog eens hun eigen muziek meenemen. Dan word je een buitenstaander in je eigen straat.    


Verkeren met straatgenoten
 
Of toch niet
Maar soms kan toch blijken dat buren er een ethiek op na houden die bedenkelijke kanten heeft. Bijvoorbeeld bij buren die ‘niet van hier’ zijn, Zij belijden vaak een geloof waarin gehoorzaamheid aan een Opperwezen een grote rol speelt. Nu twijfelen gelovigen nog wel eens aan hun geloof, dat is een bekend verschijnsel, en misschien zou je dat ook een recht kunnen noemen, maar in dit geloof is dat heel gevaarlijk. Zeker als iemand ‘van z’n geloof valt’, want dan is er geen sprake meer van respect voor het Opperwezen en van gehoorzaamheid. Sommige gelovigen vinden dat onacceptabel en voelen zich gerechtigd om afvalligen, soms zelfs hun eigen kinderen, om te brengen. In het ergste geval richten zij zich ook op ongelovigen buiten de eigen kring. Nu zijn dit dingen van vroeger, en de overgrote meerderheid van deze gelovigen heeft hier inmiddels afstand van genomen, maar toch zijn er vissen in deze vijver die nog steeds zo ver willen gaan. 
Nog wel gangbaar is dat de gehoorzaamheid voor vrouwen betekent dat zij dienstbaar moeten zijn en het liefst niet al te zichtbaar. Waarbij de naleving door de man mag worden afgedwongen.  
En zo gaat het hier niet alleen om passendheid, maar ook om een ethiek die ongeveer het tegendeel is van de ethiek die wij huldigen.  

Sociale context
Deze ethiek is gebaseerd op vrijheid. Ieder moet in staat zijn zich naar eigen inzichten te ontplooien. Een idee dat ingewikkelder is dan het lijkt. Het houdt namelijk ook in dat je anderen in hun ontplooiing respecteert, of misschien zelfs faciliteert. Als vrijheid iets voor je betekent, dan impliceert dat, dat ook de vrijheid van anderen iets voor je betekent. Hoe dat zo? Je eigen ontplooiing, wat je bent en wat je wilt worden, is in hoge mate afhankelijk van anderen, van je sociale context. Kijk naar de sport: de winnaar van de wedstrijd kan dat alleen zijn als hij sneller, behendiger of slimmer is dan de anderen. De winnaars krijgen alle aandacht, maar zonder de andere deelnemers hadden zij nooit hun felbegeerde podiumplaats kunnen veroveren. Zij staan op de schouders van hun concurrenten, die allemaal hun uiterste best hebben gedaan!  
 

Zij staan op de schouders van…
 
En wat te denken van de volgende vragen. Ben ik goed in wiskunde? Kan ik goed tekenen? Kan ik goed met mensen omgaan? Ben ik een goede opvoeder? Kan ik lekker koken? Het zijn anderen die hier, gevraagd of ongevraagd, mede bepalen wie of wat je bent. Maar daar moeten ze dan wel toe in staat zijn, dat wil zeggen, dit kunnen zij alleen doen als zij vrij zijn.
 
Dit terwijl de ethiek van mijn godsdienstige buren is gebaseerd op gehoorzaamheid aan hun Opperwezen. Daar hebben we op basis van onze eigen ethiek dus grote moeite mee. Al moeten we erkennen dat ook bij ons gehoorzaamheid een rol speelt. Net als de daarbij behorende bekeuringen of andere sancties. Maar die zijn, als het goed is, altijd terug te brengen op afspraken, op regels die neerkomen op respect voor de vrijheid van anderen en niet alleen op gehoorzaamheid.
 

Bekeuringen en sancties
 
Vrijheid?
Maar laten we nog eens kijken naar de ethiek van de vrijheid en de ontplooiing die hierdoor mogelijk zou moeten worden. Wat komt hiervan terecht? Voor velen is vrijheid een soort vrijbrief om uit egoïsme te handelen. Of laten we het wat neutraler formuleren: uit eigenbelang. Daar is de hele economie op gebaseerd: als ieder zijn of haar eigenbelang nastreeft, dan komt het vanzelf goed in de wereld, dan krijgt ieder zijn deel. Dat blijkt niet waar te zijn, er ontstaat een steeds groter verschil tussen arm en rijk. Daarbij vormt deze economie, die alsmaar schijnt te moeten groeien, een toenemend gevaar voor het milieu.
Intussen worden we in de eerste plaats als klanten gezien, met geld en behoeften, en niet als burgers, met rechten en plichten. Waardoor we voortdurend worden lastiggevallen met reclameboodschappen en pogingen van de wereld een pretpark te maken, terwijl onze rechten worden ondergraven doordat sociale voorzieningen worden uitgekleed, evenals het onderwijs, de zorg, de pensioenen en de politie.
 

Reclame all over the place
 
Ook plichten zijn niet erg populair meer: hulpdiensten worden afgetuigd, troep wordt op straat gegooid en gehuurde fietsen worden, als ze niet meer nodig zijn in het plantsoen of ergens in een hoek gegooid. Wat heeft dit nog met vrijheid en ontplooiing te maken? Dit is eerder het werk van egoïsten en uitwoners.    

    
 
De paraplu
Nu zien we een tegenstelling tussen een ethiek van vrijheid die grotendeels neerkomt op het najagen van eigenbelang en vermaak aan de ene kant en een ethiek van gehoorzaamheid met gewelddadige uitwassen aan de andere kant. Kunnen we deze tegenstelling niet overstijgen?
Nu wordt wel gedacht dat de democratie hier de paraplu zou kunnen zijn om beide standpunten op een hoger niveau te verenigen. Maar het is te verwachten dat de ethiek van de gehoorzaamheid niet altijd zal sporen met de uitkomsten een democratische besluitvorming, zeker niet als deze in strijd zijn met de leefregels van hun Opperwezen, die voor hun, begrijpelijkerwijs, meer gezag hebben dan door mensen gemaakte wetten.    
Omgekeerd zal een democratische besluit de aanhangers van de ethiek van de vrijheid frustreren als, bijvoorbeeld, wordt besloten dat geweld tegen afvalligen of andersdenkenden wordt toegestaan. Want de westerse vrijheid mag dan gecorrumpeerd zijn door het denken in termen van eigenbelang, het idee van vrijheid en ontplooiing voor iedereen, als ethisch beginsel, is niet helemaal verdwenen. Dit overleeft in elk geval in de grondwet.     
 
Dan maar graven
Vrijheid en gehoorzaamheid kunnen dus eigenlijk niet onder één paraplu worden samengebracht. Maar is het dan niet mogelijk dat zij in eenzelfde perspectief worden ondergebracht? Hiervoor moeten we dieper graven en ons realiseren waar we ons begrip van vrijheid op gebaseerd hebben. Het heeft te maken met het feit dat we bewuste wezens zijn. Wij zijn ons bewust van de wereld om ons heen. Dat betekent in de eerste plaats dat we beschikken over een geheimzinnige bron die de wereld voor ons laat bestaan. In geuren en kleuren, in maten en gewichten, in geluid gevoel. Een geheimzinnige bron? Dat kun je je realiseren als je deze bron logisch probeert te verklaren. Bijvoorbeeld door deze te herleiden tot wetenschappelijke feiten. Maar voordat je begint te denken aan neuronen, elektrische ladingen en chemische omzettingen, realiseer je dan dat dit alles alleen maar bestaat dankzijn het bewustzijn. Waarmee de verklaring van het bewustzijn zou berusten op zaken die bestaan, juist dankzij het bewustzijn. Kortom, deze bron van onze ervaringen, bestaat onmiskenbaar maar is tevens    onverklaarbaar, geheimzinnig, mysterieus. Geen logische verklaring dus, maar wel een logische onverklaarbaarheid.     
 

Zomaar een ervaring… logisch onverklaarbaar
 
Dat we bewuste wezens zijn betekent nog iets: hierdoor gaan we niet op in de wereld die we op vele manieren ervaren, ons bewustzijn maakt ons vrij om keuzes te maken, ons ontplooien en de wereld ontwikkelen. Dit is wat alle mensen verbindt en de basis van eerdergenoemde ethiek van de vrijheid.
 
Plato en voorstellingen
Nu kan het mis gaan als kun je hierover in abstracte termen gaat spreken, als je onze  geheimzinnige bron apart neemt en vergeet je dat deze binnenin ons huist. Een zijstapje ter verduidelijking: een object, laten we zeggen een paard, kun je herkennen als ‘paard’ omdat er iets in verzonken ligt dat alle paarden met elkaar delen: het abstracte idee ‘paard’. Maar deze abstractie bestaat niet los van het concrete paard, deze verblijft niet, los van onze aardse paarden, in de hemel van de ideeën, zoals Plato beweerde.
 

Een paard in de hemel van de ideeën?
 
Buikspreekpop en marionet
Zo is het ook met de geheimzinnige bron van onze ervaring en de vrijheid. Je kunt zeggen dat deze essentieel is voor ons bestaan en onze ethiek. Maar als je die nu in gedachten buiten ons plaatst, dan hebben we het opeens over een essentiële, scheppende en ethische instantie buiten ons, een externe macht. En in het verlengde daarvan ligt dan de personificatie, in de vorm van een Opperwezen dat alles geschapen heeft en ons vertelt wat we wel en niet mogen doen. Maar daarmee zijn we marionetten geworden van onze eigen buikspreekpop, waarbij onze vrijheid veranderd is in gehoorzaamheid.
 
Geen voorstelling 
Toch komt er in de godsdienst van onze buren, die ‘niet van hier’ zijn, een gebod voor dat deze personificatie probeert tegen te gaan. Dit gebod zegt dat we ons geen voorstelling mogen maken van het bedoelde Opperwezen. Misschien houdt dit in dat we de geheimzinnige bron niet apart moeten nemen, het houdt in elk geval in dat we er geen afbeeldingen van mogen maken. Iets dat in andere godsdiensten wel gebeurde.
 
      
Voorstelling van het Christelijk Opperwezen
 
Nu voelde niet iedereen zich altijd even gemakkelijk bij levensechte afbeeldingen, maar het werd wel gedaan en gedoogd. 
Hier is het geloof van onze buren dus strenger, maar wat dit geloof uniek maakt, is dat het ook verboden is om mensen af te beelden. De ‘woonplaats’ van de geheimzinnige bron. Uit dit alles kunnen we misschien opmaken dat men oorspronkelijk in deze godsdienst de geheimzinnigheid van de ervaring en de vrijheid als basis van de ethiek, probeerde te beschermen. Niet alleen door een ‘voorstelling’ hiervan, los van de mens, ‘in de hemel van de ideeën’ te verbieden, maar ook door afbeeldingen te verbieden van de ‘woonplaats’ van deze geheimzinnige bron kan. Kom daar maar eens om in een andere godsdiensten!
Nemen we dit serieus, dan komen we misschien wel heel dicht bij elkaar! Wij ‘van hier’ en zij ‘niet van hier’!
Dat wil zeggen: als wij ons bevrijden van ons egoïsme en als zij zich bevrijden van hun gehoorzaamheid. 
Dan kunnen we elkaar herkennen, als een soort collega’s die voorzien zijn van eenzelfde  geheimzinnige bron, en ook als de passendheid tekort schiet, zouden we misschien nog een heel eind kunnen komen.      


 
 
 
  
                
 
Geen reacties
Laat een reactie achter
* Naam
* Email (niet openbaar)
*
* Typ code over van afbeelding
* - Verplichte velden
 

Dit is een Herman Boots uit 2012